Tag: internet

  • Tweetdeck vs Hootsuit (Pro) vs Seesmic

    Vergelijking Dashboardapplicaties
    Er bestaan verschillende vergelijkingen tussen deze drie ‘Dashboard’-applicaties, maar zoals bij veel programma’s veranderen functies waardoor niet alle vergelijkingen op internet up-to-date zijn. Daarbij worden in veel vergelijkingen slechts twee programma’s met elkaar vergeleken en gebeurt dat in een lange, omschrijvende tekst. Om snel voor jezelf een keuze te kunnen maken heb ik de in mijn ogen belangrijkste functies opgesomd en uitgezocht of de verschillende dashboards erover beschikken.

    Wat?
    Ter opfrissing voor wie niet weet wat deze applicaties doen: je kan er je sociale netwerken (Facebook, Twitter en eventuele anderen) in bundelen voor een goed overzicht van al je conversaties en om op meerdere netwerken tegelijk te kunnen publiceren (zie onderstaande afbeelding).

    Tweetdeck, Hootsuit (Pro) of Seesmic?
    Voor een vergelijk in tabelvorm, zie onder. Zoals je ziet is de tabel nog niet helemaal definitief: functies staan nog niet helemaal netjes gegroepeerd en sommige functies zijn nog niet uitgezocht in de laatste versie van Seesmic. Wel heb ik alle drie de applicaties (op de computer) een tijdje geprobeerd (van Hootsuite alleen de gratis versie, met alle behalve de geelgekleurde functies).

    Eigen voorkeur
    Op dit moment gebruik ik zowel privé als voor stage Tweetdeck. Allereerst omdat je gelezen berichten kunt verbergen (maakt het handig om te zien wat er nieuw is na een tijdje van inactiviteit) en ten tweede omdat je gratis linkstatistieken via bit.ly kunt bijhouden.

    Twitter- en Facebookstatistieken houd ik daarnaast bij via ThinkUp. Andere manieren voor Sociale Media Monitoring zijn Wildfire (voor leuke grafiekjes) en Brandlisten (registratietool om alles wat er getwitterd wordt (offline) te bewaren).

    Zakelijke gebruikers die net iets meer inzicht willen hebben in de statistieken en bereid zijn een bedrag per maand te betalen, adviseer ik Hootsuite Pro.

    Over deze vergelijking
    Deze vergelijking is gemaakt bij het opstellen van een op maat gemaakt advies voor het gebruik van sociale media door een museum.

  • Profileer jezelf via sociale media en je online visitekaartje

    Als je op Google of een website als WieOWie.nl je naam intikt, is er waarschijnlijk het één en ander over je te vinden. Hoeveel dat is, hangt uiteraard af van hoe je zelf met je gegevens omgaat. Berichten en foto’s op je Facebookprofiel alleen voor je vrienden bedoeld? Scherm ze dan goed af. Een paar minuutjes tijd besteden aan de profiel- en privacyinstellingen kan een hoop ongemak voorkomen. En besef goed: alles wat je op internet plaatst, kan in principe eeuwig teruggevonden worden..

    Positieve berichten (al dan niet om de negatieve te verhullen)
    Uiteraard kan je informatie over jezelf ook op een positieve manier inzetten. Start bijvoorbeeld een Twitteraccount of een Blog en maak deze zichtbaar voor iedereen. Zo kunnen eventuele toekomstige werkgevers bij een sollicitatieprocedure meer over jou te weten komen (dit is dan hopelijk positieve informatie) voordat ze je uitnodigen voor een gesprek. Een ander voordeel van een openbaar Twitteraccount is dat je #hashtags en @mentions voor niet-volgers zichtbaar zijn. Wil je je aangemaakte profielen graag hoog in Googles zoekresultaten? Vraag dan om gratis hulp bij BrandYourself.

    Informatie bundelen en vindbaar maken
    Je kan het voor de Googelaar natuurlijk ook wat makkelijker maken door deze informatie over jou te bundelen. Dit kan al met basis computerkennis. Neem eens een kijkje op het design-gerichte Flavors.me, waar je gratis een online visitekaartje kunt ontwerpen. Ook Zerply is zo’n (helemaal) gratis dienst. Met Zerply ben je echter wat minder vrij wat betreft de keuze van je thema, maar heeft wel het voordeel dat je een mooi ontworpen mobiele website krijgt (à la een visitekaartje app, of het vergelijkbare ContactApp). Handig om vanaf je echte visitekaartje naar te verwijzen middels een QR-code. Naar dit soort persoonlijke overzichtssites kan je ook verwijzen in een handtekening onder je e-mail; handig in korte (open) sollicitaties of bij gebrek aan ruimte (als je bijvoorbeeld een online contactformulier invult).

    Voorbeeld
    Ik heb het als volgt gedaan: ik heb .nl-domeinnamen geregistreerd die ik verwijs naar persoonlijke pagina’s. Hierop staan uiteraard mijn naam, enkele kernwoorden die ik belangrijk vindt (momenteel Wetenschapscommunicatie en Fotografie, beide met een link voor een wat hogere positie in Google als men zoekt op die woorden) en de sociale profielen waar ik naar wil verwijzen (Twitter, LinkedIn en mijn weblog).

    De beste domeinnaam lijkt me je eigen naam (bv. RobertLindeboom.nl) of een krachtig woord dat je (gewenste) werk omschrijft (zoals. Wetenschapscommunicator.nl in mijn geval). Zowel een .nl-domeinnaam doorsturen (€6.99) als een eigen weblog maken (€9.99 of gratis via WordPress.com of Blogger) kan eenvoudig en voordelig bij bijvoorbeeld Webreus.

    Mijn Flavors.me-profiel, op het moment van schrijven naar verwezen vanaf Wetenschapscommunicator.nl

    Ten slotte
    – Het is vanzelfsprekend van belang dat je gegevens kloppend zijn en up-to-date. Neem af en toe de tijd om je LinkedIn-profiel en verwijzingen te controleren.

    – Er zijn tips beschikbaar over hoe je goed online kunt solliciteren en je kunt profileren, bijvoorbeeld door actief te discussiëren in relevante LinkedIn-groepen (dan vinden potentiële werkgevers je wellicht op die manier).

    – Ook voor bedrijven en scholen kan het in het Web 2.0-tijdperk goed zijn de positieve informatie te bundelen en te verspreiden.

    Ik wil met dit bericht uiteraard niet zeggen dat mijn manier de beste is en heb het meer geschreven om je op ideeën te brengen. Ik lees graag in de reacties hoe je over dit onderwerp denkt, hoe het niet moet en hoe het volgens jou beter kan. Bedankt!

  • Nieuw websitethema

    Ik heb een nieuw thema op mijn website geïnstalleerd om mijn externe socialemediaprofielen beter te benadrukken. Op deze externe pagina’s plaats ik immers frequenter nieuwe berichten dan op mijn blog.

    Door de themaverandering zijn sommige teksten op de site in het Engels of op z’n minst krom-Nederlands. Hieraan zal ik binnenkort aandacht besteden.