Fototips (voor de vakantie)

Er zijn genoeg top-10-fotografietips voor beginners te vinden en het is goed om je aan een aantal basisregels te houden. Daarom hier een opsomming van de belangrijkste, zodat je thuiskomt met vakantiefoto’s die iedereen graag bekijkt. Jijzelf vindt een foto waarschijnlijk al snel leuk, omdat die foto je herinnert aan een situatie waar je zelf bij was. Niet-reisgenoten kennen dat sfeertje niet en moeten het doen met het vastgelegde beeld. Je hoeft hiervoor niet alles te weten over de techniek en het kan met elke camera. Belangrijker is de fotograaf. Hier volgen wat tips voor goede foto’s.

Compositie

De regel van derden – bron: Wikipedia

Er zijn een paar hele simpele maar belangrijke regels die over het algemeen voor mooie composities zorgen. Eén daarvan is de regel van derden. Kijk naar het plaatje hiernaast en je ziet wat het inhoudt. Het is de bedoeling dat je het scherm van je camera als het ware in drie vlakken horizontaal en in drie vlakken verticaal verdeelt. Belangrijke delen van je foto plaats je vervolgens op één van de lijnen. In het voorbeeld hiernaast zie je dat de horizon op één van de lijnen is geplaatst en dat het onderwerp van de foto (de boom) ook op één van de lijnen staat. Ook als je onderwerp een persoon is, is het vaak mooier om deze op 1/3 van de linker- of rechterkant van het scherm te plaatsen. Uiteraard zijn hierop uitzonderingen, bijvoorbeeld als je een groep wilt fotograferen; als je deze groep op eenderde van de zijkant plaatst, is er een groot deel van de foto ‘leeg’. Je kiest zelf de lijn waar je de genoemde kenmerken plaatst. Is de lucht erg mooi, dan plaats je de horizon op de onderste lijn. Is daarentegen het landschap of de zee mooier dan de lucht, dan plaats je de horizon op de bovenste lijn. Kijkt een persoon of dier niet rechtstreeks naar de camera, maar naar links (zie foto onder), plaats deze dan op de rechter lijn. Zo geef je de kijker het idee dat hij/zij met het onderwerp meekijkt.

Tips
– Deze regel van derden wordt vaak ook wel ‘gulden snede’ genoemd.
– Op veel camera’s kan je via het menu een raster inschakelen die het scherm voor je opdeelt. Maak hier gebruik van, tot je er zelf op let.
– Waar je de horizon ook plaatst, zorg ervoor dat deze recht staat. Dit is naderhand wel te corrigeren, maar kost meer tijd dan wanneer je er gelijk aan denkt. Niets is zo vervelend als een scheve horizon.

Personen

Op veel foto’s zijn personen het onderwerp. Vaak zie je foto’s waarop personen voor een toeristische attractie staan. Een enorme kerk of een mooi landschap met een klein mensje ervoor. Er zijn nu dus eigenlijk twee ‘hoofdonderwerpen’ in de foto. Maak liever één foto van de kerk en een andere foto waarop de persoon wat meer het beeld vult en slechts een deel van de kerk op de achtergrond te zien is. De persoon valt door het grootteverschil namelijk vaak weg bij het grote bouwwerk. Anders gezegd: zorg ervoor dat je één hoofdonderwerp hebt en plaats dit hoofdonderwerp correct in beeld (zie ‘regel van derden’). Zo’n onderwerp is dan een kerk OF een landschap OF een persoon. Afhankelijk van het onderwerp houd je ook je camera horizontaal (landschap) of verticaal (Eiffeltoren).

Bron: http://www.sxc.hu/photo/1357713

Laat wat ruimte over zodat je met het onderwerp ‘mee kunt kijken’.

Uiteraard hoeft de persoon er niet altijd in z’n geheel van top tot teen op. Neem juist ook eens close-ups van hoofd en torso.

Bij foto’s van kinderen, verlaag je de camera ook tot de hoogte van de kinderen (ga op je hurken). Dat is stukken mooier dan foto’s die van bovenaf zijn gemaakt (waarbij de kinderen ook nog eens omhoog moeten kijken naar de camera), doordat het kind wat groter lijkt en je ook nog wat van de achtergrond ziet. Wil je een kind extra groot laten lijken, dan kan je bijvoorbeeld op je buik gaan liggen en vanaf daar de foto maken.

Omgeving

Let op de achtergrond. Deze moet natuurlijk niet meer aandacht trekken dan het onderwerp. Dit geldt uiteraard ook voor de voorgrond. Probeer hinderlijke lantaarnpalen of boomtakken uit beeld te laten. Het ziet er bijvoorbeeld vreemd uit als je ineens een boomtak in het beeld ziet zonder dat je van die boom de stam ziet.

Maak je een foto van de omgeving, bijvoorbeeld een stad of een berglandschap, doe dit dan bij voorkeur ’s morgens vroeg of ’s avonds voor zonsondergang. De kleuren zijn dan het allermooist.

Wees kritisch!

Wees kritisch!
Tegenwoordig kan je duizenden foto’s maken zonder dat het je veel geld kost omdat je ze af moet drukken. Zoek op de computer het liefst de allerbeste foto’s uit en blijf kritisch, ook bij het fotograferen. Liever één goede foto dan 10 minder goede.

Scherpte

Zorg er bij de selectie van foto’s (om af te drukken) in ieder geval voor dat je onderwerp scherp is en let hier op bij het fotograferen. Gaat het om personen, stel dan scherp op de ogen of laat de camera dit via gezichtsherkenning doen. De meeste camera’s kiezen zelf waarop ze scherpstellen. Dit wordt weergegeven via rechthoekjes of stipjes in het scherm zodra je de ontspanknop (de knop die je indrukt om een foto te maken) half indrukt. Controleer of de camera de juiste scherpstelpunten heeft gekozen. Als dit zo is, blijf je de ontspanknop half ingedrukt houden en kan je eventueel de camera nog wat draaien. De rechthoekjes blijven op dezelfde plek in het scherm staan (en blijven dus niet op het onderwerp) maar de camera stelt niet opnieuw scherp. Het onderwerp blijft dus scherp. Dit scherpstellen en daarna nog bewegen kan handig zijn als je de horizon of het onderwerp nog op de juiste plek in je beeld wilt zetten (zie boven).

Nog een paar ‘scherpe’ tips:
– Zorg ervoor dat je stevig staat en de camera stil houdt. Leun desnoods tegen een muur of laat je handen/camera rusten op een muurtje.
– Zorg voor voldoende licht. Vooral ’s avonds is er een grotere kans dat foto’s ‘bewogen’ zijn. Flitsen is dan noodzakelijk.

Flitsen, ook overdag

Ingebouwde flitsers maken foto’s niet altijd mooier, zeker niet als het leidt tot spierwitte gezichten. Is flitsen toch nodig, probeer dan wat verder van het onderwerp te gaan staan en desnoods met de camera in te zoomen. Het flitslicht zal dan wat in sterkte afnemen. Kijk ook of je camera een functie heeft voor fotograferen bij weinig licht of tegenlicht. De camera probeert dan vaak de spierwitte gezichten te voorkomen.

Flitsen is niet alleen iets voor als het donker is. Ook overdag, zelfs met felle zon, kan de flitser erg handig zijn. Bijvoorbeeld als de zon zorgt voor lelijke schaduwen in het gezicht (onder de ogen of schaduw van iemands neus). Dit gebeurt vaak als het onderwerp de zon van opzij of van achteren heeft. In zulke gevallen is de tip: fotografeer tegen de zon in (degene die gefotografeerd wordt staat dan met de rug naar de zon) en gebruik de ‘invulflits’. Voordelen: je model hoeft niet met de ogen te knijpen tegen het felle zonlicht, er is geen schaduw in het gezicht (door de flits) en alles is ongeveer gelijk belicht.

Bron: asiso.nl

Links zonder flits, rechts met invulflits.

Ken je camera

Dit lijkt een heel vanzelfsprekende tip, maar zorg ervoor dat je je camera voor je reis goed kent. Oefen binnen en buiten je huis en lees de handleiding door. Camera’s hebben meerdere voorkeursstanden en het is jammer als je daarvan alleen de volledig automatische stand gebruikt. Handleidingen geven hierover vaak goede tips.

Op veel camera’s zit ook een stand om in zwart-wit of sepia te fotograferen. Deze zou ik dan weer niet gebruiken. Wil je een foto toch in zwart-wit, dan kan dat naderhand op de computer in een paar klikken. Zo heb je altijd nog de keuze: kleur of zwart-wit. Als je de camera de foto in zwart-wit laat maken, krijg je de kleuren nooit terug!

Tot slot

Kijk ook eens op internet op fotowebsites voor mooie voorbeelden en probeer, met bovenstaande regels, na te gaan waarom je ze mooi vindt.

Heb je vragen naar aanleiding van bovenstaande? Of mis je nog belangrijke informatie over dit onderwerp? Of heb je een foto gemaakt en ben je benieuwd of die beter kan? Reageren kan hieronder! Als je een foto wilt bijvoegen, dan kan je die uploaden bij bijvoorbeeld Imageshack.us.

%d bloggers liken dit: